8
De man van mijn dromen…
is niet honderd procent macho
Sam stond in de tunnel van de Joe Louis Arena te wachten tot hij het ijs op kon. Hij haatte het als hij moest spelen in Detroit. Haatte die vervelende mascotte van ze.
Hij stond achter Logan Dumont en voor Blake Conte. Aanvoerder Walker Brooks ging als eerste het ijs op, luid uitgejouwd door duizenden fans van de Detroit Red Wings. Sam vond dat soort joelende menigten altijd grappig. Hij genoot van al die passie, en er was geen gepassioneerder publiek dan dat bij een ijshockeywedstrijd. Toen het zijn beurt was om het ijs op te stappen, stak hij een handschoen onder een arm en schaatste zwaaiend het ijs op, alsof hij een held was. Hij keek naar de goed gevulde tribunes en lachte. Hij mocht dan een hekel hebben aan wedstrijden in de Joe Louis Arena, hij hield wel van ijshockey. Ze waren nu een week onderweg en hij was uitgeput en had last van jetlag, maar vanaf het moment dat de puck op het ijs terechtkwam, was dat allemaal verdwenen. De adrenaline stroomde dan door zijn aderen en deed zijn huid tintelen. Hij was de baas achter de blauwe lijn en gebruikte zijn hele lichaam om de boel op te hitsen en te intimideren. Hij reed gaten dicht en verdedigde scherp, daarom bracht hij vier minuten door op het strafbankje; onterecht vond hij zelf. Kon hij er wat aan doen dat die aanvaller van Detroit over Sams stick was gestruikeld? Dan moest hij maar terug naar Zweden om goed te leren schaatsen.
Aansteller.
De coaches waren wel eens kwaad over stomme penalty’s, maar tegelijkertijd wisten ze dat dit nou eenmaal Sams werkwijze was. Het was de prijs voor zijn vechtlust, maar als de Chinooks wonnen, zoals vanavond tegen de Red Wings, dan klaagde niemand. Hij kreeg goed betaald – heel goed: tegenwoordig bestond zijn salaris uit heel veel nullen – om hard te zijn, fel te verdedigen en kansen te creëren voor de voorhoede. Hij was een van de spelers die het hardst konden schieten en haalde als de beste naar rechts uit. Hij wilde graag van zichzelf denken dat hij van beide talenten met beleid gebruikmaakte. Maar dat was natuurlijk niet altijd zo. Meestal begon hij met intimideren en zich te laten gelden, zodat een tegenstander van de wijs werd gebracht. Dan gingen ze fouten maken. Maar soms begon hij te klieren om het klieren. Soms ging hij gewoon de confrontatie aan omdat hij dat leuk vond.
En het was niet zo dat hij net zo vaak vocht als André, maar het was wel zo, zoals Mark Bressler regelmatig aangaf, dat André de laatste man was en vechten was zíjn taak.
Na de wedstrijd in Detroit vlogen Sam en de andere Chinooks-leden met het teamvliegtuig naar huis. Hij zou een week in Seattle zijn voordat ze afreisden naar Phoenix, Nashville en Pittsburgh. Zijn tijd in de stad bracht hij door met trainen, dingen doen met Conner en een paar vriendinnen. Maar toen hij weer op het vliegtuig stapte, dacht hij niet aan die vriendinnen. Toen hij een week later in Pittsburgh landde miste hij niet hun gezelschap. Hij miste zijn zoon, ook al sprak hij die week regelmatig met hem via de telefoon. In het verleden belde hij ook wel met Conner als hij op reis was. Hij miste hem altijd al, maar dit keer was het gemis groter. Hoe meer tijd hij met zijn zoon doorbracht, des te meer hij zijn klop-klopmopjes en zijn tekeningen miste. Hij miste zijn permanente vragenvuur over van alles en nog wat en ook zijn lieve omhelzingen.
Die avond begon de wedstrijd tegen de Pittsburgh Penguins beroerd en eindigde nog slechter. Alles ging gewoon verkeerd, vanaf het moment dat de puck voor het eerst het ijs raakte. Pittsburgh was veel sterker op het middenveld en hun nummer 87, Sidney Crosby, speelde een topwedstrijd. Deze jonge speler, afkomstig uit Nova Scotia, scoorde zelfs uit een afdwaler van Sams stick en gaf een goede voorzet na een schermutseling met Sam. Hij was daarop zo kwaad geworden dat hij flink wat strafminuten moest uitzitten, terwijl de Penguins wonnen met vier tegen drie.
Die avond deed Sam in het vliegtuig meteen de koptelefoon op en zette zijn iPod op shuffle. Hij wilde deze wedstrijd zo snel mogelijk vergeten. Hij wilde niet meer aan pucks en strafminuten denken. Hij wilde eigenlijk nergens meer over denken. Dan was het leven een stuk makkelijker.
Maar de afgelopen week moest hij steeds weer denken aan zijn zus, Ella. Vaker dan anders. Misschien kwam het omdat hij graag zo vaak mogelijk optrok met Conner. Zich verantwoordelijker voor hem voelde. Die verantwoordelijkheid vond hij doodeng. Niet dat het gevoel nieuw was; hij had het alleen heel lang niet zo ervaren.
Na de dood van zijn vader werd hij de man in het gezin en was hij verantwoordelijk voor zijn moeder en zijn zus. Niet financieel natuurlijk, maar voor zijn gevoel wel degelijk verantwoordelijk. En hij had zijn taak heel serieus genomen, voor een jongen van zijn leeftijd. Zijn moeder was een sterke vrouw en dat was ze nog steeds. Maar Ella was verloren geweest zonder zijn vader. Verloren en alleen, en Sam had geprobeerd de leegte die ze voelde op te vullen. Hij had voor haar gezorgd en haar beschermd. En als het even kon, nam hij haar mee op sleeptouw. In de lange zomervakanties was haar blonde paardenstaartje altijd in zijn vizier en als ze weer naar school gingen zorgde hij ervoor dat ze haar huiswerk deed en niet met de verkeerde types omging.
Toen hij negentien was werd hij gescout en verhuisde hij naar Edmonton, heel ver van zijn zusje vandaan. Hij ging zo vaak hij kon naar huis en sprak haar bijna elke dag. Toen ze zestien werd, kocht hij een auto voor haar en toen ze haar eindexamen had gehaald, nam hij haar mee naar Cancún om dat te vieren. Diezelfde zomer werd hij verkocht aan de Maple Leafs en Ella ging met hem mee naar Toronto. Ze ging naar de universiteit van York en slaagde daar als onderwijzeres. Toen was hij zo trots op haar. Ze was knap en slim en haar toekomst lag voor haar.
Toen kwam ze Ivan tegen en alles veranderde. Niet lang nadat die twee elkaar leerden kennen, begon ze zich terug te trekken en ging ze geheimzinnig doen. De eerste keer dat hij een blauwe plek in haar gezicht zag, kwam hij verhaal halen bij Ivan. Hij duwde de klootzak tegen de vlakte, hield hem daar tegen met zijn voet en zei dat hij hem zou vermoorden als hij Ella ooit weer zou aanraken. Maar het enige resultaat hiervan was dat hij zijn zus nog minder zag. Na anderhalf jaar in deze vreselijke relatie kon Ella haar beul eindelijk verlaten. Sam was ontzettend opgelucht. Ella trok weer op met oude vrienden en werd langzamerhand weer zichzelf. De laatste keer dat hij haar zag, was ze weer de oude Ella, met haar grote blauwe ogen die straalden.
Hij was in Toronto toen hij het telefoontje kreeg dat zijn leven voor altijd veranderde. Het was 13 juni en hij had net golf gespeeld met wat vrienden, waarna hij aan zijn eigen eettafel een afhaalmaaltijd zat te eten die hij had meegenomen. Toen belde zijn moeder om te zeggen dat Ella was vermoord. Ivan was heel Canada door gereisd om haar te zoeken, en toen ze aangaf dat ze niet langer met hem wilde omgaan, schoot hij haar dood voordat hij de hand sloeg aan zichzelf. De mooie, slimme Ella was dood, had een kogel in haar kop. En het erge was, al was het zeker niet het allerergste, dat Ivan ook dood was. Anders had Sam hem er graag bij geholpen.
Zijn zusje was dood en hij had haar niet kunnen helpen. Hij was er niet bij geweest toen ze hem het hardste nodig had. Hij was de enige man in de familie geweest, maar hij had zijn zus niet kunnen helpen.
De eerste jaren na Ella’s dood waren een hel. Eén groot waas, waarin hij alleen maar feestte en zichzelf te gronde richtte. In die donkere periode was het enige waardoor hij min of meer voelde dat hij leefde, waardoor het leven voor hem enige zin had, ijshockey. Op het ijs kon hij het zwarte gevoel eruit vechten. Zijn schuldgevoel kon hij botvieren op iedereen die hem voor de voeten schaatste. Zodra hij het ijs verliet, hield hij iedereen die iets van verantwoordelijkheid van hem opeiste zo ver mogelijk van zich vandaan. Hij kon alleen de verantwoordelijkheid dragen voor Sam, en soms kon hij zelfs dát niet aan.
Toen hij Autumn tegenkwam, was dat rond Ella’s sterfdag. Elk jaar weer een dieptepunt, wanneer hij het gapende gat dat zijn zus had achtergelaten het heftigste voelde. Niets kon dat gat opvullen, maar gedurende die dagen in Vegas had hij zijn best gedaan. Hij was zich te buiten gegaan aan veel drank en veel seks. Hij wist niet veel meer over die dagen, maar hij wist wel dat hij zich een paar dagen lang niet zo heel leeg had gevoeld. Toen was hij op stap geweest met een meisje met rood haar en groene ogen. Zij had iets gehad, iets wat hem wellicht kon redden. Daarom had hij haar het hof gemaakt. Maar toen was hij opeens wakker geworden, en bleek hij een kater te hebben en getrouwd te zijn. Tegelijkertijd was hij voor het eerst sinds dagen broodnuchter.
Tegenwoordig had hij niet langer de behoefte om de leegte op te vullen met drank en vrouwen, al was de leegte er nog steeds; niets kon ooit de plaats innemen van zijn zusje. Altijd zou haar dood een grote leegte innemen in zijn leven, maar hij was niet langer bezig zichzelf te gronde te richten. De vrouwen in zijn leven waren niet langer alleen maar goed voor één nacht. Geen ijshockeygroupies meer, al had hij nog steeds geen langdurige relaties. En dat deel van zijn leven hield hij altijd ver weg van dat waarin zijn zoon een hoofdrol speelde. Tenminste, dat dacht hij, tot Conner vertelde over die foto die hij had gezien, waarop hij bier stond uit te gieten over een stel bikinimeiden. Conner was inmiddels oud genoeg om te weten wat hij deed; om in te zien dat zijn vader meer tijd doorbracht met andere mensen dan met hem.
Hij had altijd gedacht dat Conner beter af zou zijn bij Autumn, omdat zij beter voor hem kon zorgen dan Sam ooit zou doen. Dat was vast nog steeds zo, maar Conner had hem ook nodig. Niet een of andere vent die hij wel eens in sportprogramma’s zag en soms in het weekend. Het was goed voor zijn zoon als hij beter zijn best deed een echte vader te zijn.
Aan de motoren van het vliegtuig hoorde hij dat ze het vliegveld van Seattle naderden. Het was ongeveer drie uur ’s nachts. Sam keek naar de lichten beneden. Hij was van plan de komende tien uur te gaan slapen, daarna wilden wat teamgenoten de stad in, naar een bar waar ze kostuums mochten jureren voor Halloween. Toen hij eerder die dag met Conner sprak, vertelde deze dat hij verkleed zou zijn als ijshockeyer. Een Chinook, net als zijn vader. Hij zou het wel leuk vinden om Conner te zien in een ijshockeyshirt met Sams naam erop, maar het was zijn beurt niet en Autumn stond erop dat hij zich aan de afspraken hield. Normaal gesproken zou hij gewoon gegaan zijn en maar zien hoe boos Autumn op hem zou worden, maar sinds de laatste keer dat hij haar gezien had, gingen ze juist weer een beetje beter met elkaar om. Hoewel ‘beter met elkaar omgaan’ misschien te veel gezegd was. Die paar keer dat hij zelf Conner had afgeleverd, in plaats van Natalie, hadden ze tenminste een gesprek kunnen voeren zonder dat hij het gevoel had dat hij zijn handen voor zijn kruis moest houden. Zolang hij Conner niet te laat thuisbracht, en niet onverwachts aan kwam zetten, was hij redelijk veilig voor haar woede.
Hij kon Conner ook de dag na Halloween opzoeken en hem meenemen naar die speelhal waar ze laatst zo veel plezier hadden gehad. Veel tijd doorbrengen met zijn zoon was belangrijk voor hem, maar dat wilde nog niet zeggen dat hij andere leuke dingen moest opgeven. Zoals rondhangen in een kroeg gevuld met schaars geklede Sneeuwwitjes of ondeugende verpleegsters.
‘Vince?’
‘Ja?’
In het licht van een pompoenlantaarn kon Autumn Conner zien hollen naar het volgende huis op zijn Halloweenronde, met een zak snoep in zijn ene hand en een Chinooks-shirt over zijn jas. ‘Vind jij dat ik mannen afstoot?’
‘Wat?’ Vince keek haar verbaasd aan. ‘Hoe bedoel je?’
‘Een paar weken geleden zei Shiloh dat het leek alsof ik antimannenspray gebruikte.’
Conner kwam op hen af rennen. Het blauwe oog dat ze bij hem met schmink had aangebracht, was inmiddels wat uitgesmeerd, maar het rode litteken op zijn wang zat er nog steeds. ‘Ik heb lekkere zure matten!’ Geweldig. Nog meer suiker.
Ze liepen naar het volgende huis, toen Vince zei: ‘Je moet niet letten op wat Shiloh zegt. Dat is zo’n meisje dat nergens serieus mee bezig is. Zij is heel anders dan jij.’
‘Wat bedoel je daarmee?’ Conner was bij een voordeur aangekomen die was versierd met spinnen.
‘Ik bedoel dat je een moeder bent en nog een zakenvrouw ook.’ Hij wierp zijn arm om haar nek en trok haar naar zich toe. ‘Je bent een mooie vrouw en als jij wilt dat er een man in jouw leven komt, dan gebeurt dat.’
Vince en zij waren altijd heel close geweest, zelfs toen hij was uitgezonden, maar hij bleef haar broer en hij zou, om haar te sparen, niet altijd de waarheid vertellen. ‘Denk je echt?’
‘Jazeker. Zolang je maar niet in bars gaat rondhangen, op zoek naar mannen. Dat is de laatste keer niet zo goed uitgepakt.’
Autumn lachte. ‘Dat klopt.’ Ze liepen de bocht om en in de verte zag ze, naast Vince’ Harley Davidson, Sams rode truck op de oprit staan.
‘Papa!’ riep Conner.
‘Inderdaad.’ Vince liet zijn arm zakken.
Het was Sams beurt nog niet. Hoezo was hij nu hier? ‘Niet hollen,’ riep Autumn, maar Conner stoof al op zijn vader af, via een verlichte oprit en daarna via een voortuin vol lachende vogelverschrikkers en pompoenlantaarns.
Achter haar mompelde Vince iets wat ze niet kon verstaan. Dat was maar goed ook. Daarna vroeg hij: ‘Wat moet die idioot?’
‘Ik weet het niet. Ik dacht dat hij weg was.’ Sam verscheen ineens in het licht van de lantaarn onder aan haar trap en Conner begroef zijn gezicht in zijn donkere jas. Zo typisch voor Sam om er maar van uit te gaan dat hij gewoon kon komen aanwaaien.
‘Heeft hij ineens besloten vader van het jaar te worden, of zo?’
‘Daar lijkt het op, maar het duurt vast niet lang,’ zei ze hoofdschuddend. Het geluid van Vince’ motorlaarzen echode door de straat terwijl ze vader en zoon naderden. ‘Beloof je me dat je niet gaat ruzie zoeken?’
Maar ze hoorde zijn leren jack kraken alsof hij zijn spieren spande als de Hulk. Vince was een lieve broer en een fijne oom. Maar hij was heel beschermend en had wel eens problemen zijn boosheid te bedwingen. Bovendien kon hij er heel lang over doen voordat hij iemand kon vergeven. Nog langer dan zijzelf. Want waar Autumn haar haat voor Sam was kwijtgeraakt, was Vince dat nog niet en dat zou vast ook niet gebeuren. Hoewel hun moeder erg gelovig was geweest, was ‘vergeven en vergeten’ een moeilijk concept voor de kinderen Haven. Vooral voor Vince. Maar ook voor Autumn; want hoewel ze haar haat voor hem had laten varen, kon ze niet zeggen dat ze Sam al had vergeven. Niet dat hij daarom gevraagd had, integendeel. Maar hij had haar ook nooit gezegd dat het hem speet. En dat zou ze niet vergeten. Nooit. Kennelijk was dat te veel gevraagd. Daarom liet ze het maar voor wat het was en ging ze verder met haar leven.
Toen ze met Vince de oprit op liep, voelde ze de spanning tussen de beide mannen in haar nek; het leek of haar paardenstaart te strak zat. ‘Gedraag je,’ fluisterde ze, voordat ze op Sam af liepen. Ze keek hem aan, de buitenlamp verlichtte de bovenkant van zijn gezicht, zijn ietwat gebogen neus en zijn bovenlip. ‘Ik wist niet dat je in de stad was.’
‘Ik ben in de stad.’
Dat was duidelijk. ‘Maar ik wist niet dat je langs zou komen.’
‘Dat wist ik zelf ook nog niet, tot een halfuur geleden.’ Hij maakte een kleine hoofdbeweging. ‘Vince.’
‘Sam.’
‘Ik moet even met je praten,’ zei Sam met zijn blik strak op Vince gericht.
‘Met mij?’
’Nee, met je broer.’
Daar was ze al bang voor. Ze greep Vince bij zijn arm. ‘Niet slaan.’
Vince maakte zich los uit haar greep. ‘Behalve als hij eerst slaat.’
Sam grinnikte. ‘Je krijgt niet eens de kans om mij terug te slaan, kikvorsman.’ Hij stak de straat over en ging in de donkere schaduw van een oude eik staan wachten.
Vince moest ook lachen, maar het was helemaal niet grappig. Vince was getraind om mensen te doden en Sam kon iemand buiten westen slaan, dat had ze zelf gezien. Mannen die groter waren dan Vince.
‘Beloof je het?’
Hij liep de oprit af. ‘Nee.’
‘Wat is een kikvorsman?’
Ze keek neer op Conners glanzende blonde bolletje. Eigenlijk zou ze hem mee naar binnen moeten nemen, maar ze dacht dat beide mannen niet een robbertje zouden gaan vechten waar Conner bij was. Want ook al hadden ze de pest aan elkaar, op Conner waren ze allebei dol. Tenminste, dat hoopte ze. ‘Ik denk dat hij bedoelt dat oom Vince bij de marine was.’
‘O. Gaat papa nu oom Vince vermoorden?’
‘Natuurlijk niet!’ Dat hoopte ze tenminste. ‘Ze maakten maar een grapje.’
‘Waar hebben ze het dan over?’
Ze spande zich in om het gesprek af te luisteren, maar ze hoorde alleen maar zacht gebrom. ‘Mannendingen.’
‘Wat zijn mannendingen?’
Moest zij dat weten? ‘Auto’s.’
‘Oom Vince heeft geeneens een auto. Hij heeft een motorfiets en een pick-uptruck. Maar die is niet zo groot als die van papa.’
Voor zover ze kon zien, stond Sam met zijn handen op zijn heupen en had Vince nog steeds zijn armen over elkaar.
Weer hoorde ze Sam grinniken, waarna hij vanuit het duister weer in beeld verscheen en de straat overstak. ‘Heb jij een Mars in die tas van je?’ vroeg hij aan Conner.
‘Wel tien of twintig!’
‘Mooi zo. Dan kun je er wel eentje aan je vader geven.’
‘Ik heb hartstikke veel snoep. Kom maar kijken, binnen.’
Sam keek even naar Autumn. ‘Mag dat?’
Alsof het wat uitmaakte. Ze knikte en zag dat Vince ook uit de duisternis tevoorschijn kwam. ‘Zeg nog even dag tegen je oom,’ zei ze tegen Conner.
‘Oké.’ Conner had al voldoende suiker binnen en stoof op Vince af om hem een stevige omhelzing te geven. ‘Dag oom Vince.’
‘Tot gauw, Nugget. Geef me de vijf.’
Conner strekte zijn hand uit en trok hem net op tijd terug. ‘Ha ha, te langzaam.’ Hij holde terug naar Sam, pakte diens hand en trok hem mee naar binnen. Autumn wachtte tot ze verdwenen waren en vroeg toen: ‘Waar hadden jullie het over?’
‘We zijn tot een overeenkomst gekomen.’
‘Wat voor overeenkomst? Wat zei hij dan?’
Vince zwaaide zijn been over de Harley en zette zijn motorfiets rechtop. ‘Laat maar.’
‘Vince! Wat voor overeenkomst?’
Hij zuchtte. ‘Hij vertelde dat hij wat vaker zou langskomen en dat ik daar maar vast aan moest wennen.’
‘En?’
‘Niets.’ Hij startte zijn motorfiets en vulde de nachtlucht met luid geronk, waarmee het gesprek ten einde was. Hij reed de motor achteruit de oprit af en vertrok, Autumn met haar vragen achterlatend. Er was zeker meer gezegd dan ‘niets’; ze kende Vince goed genoeg om hem niet te geloven.
Ze zuchtte diep en liep de trap op naar haar voordeur, die was versierd met een gezellig spookje. Ze was moe van het uitdelen van snoep en van Conners ronde langs de deuren en hoopte dat Sam niet te lang zou blijven. Ze had morgen een voorbespreking met twee bruidjes en moest dan helder zijn. Ze deed de deur open en kwam net naar binnen tijdens Conners laatste klop-klopmop. Sam lachte hard, alsof het een geweldige grap was.
Dat was het niet.
Conner zat naast Sam op de zachtgroene bank. Zijn jas had hij op de tafel gegooid. De twee blonde hoofden zaten gebogen over de zak met snoep die tussen hen in stond. Niet alleen was het getal 16, dat op Conners kleine ijshockeytrui stond, het nummer van Sam; het behoorde kennelijk ook toe aan ene Bobby Clark. ‘Bobby kon geweldig hard schieten,’ had Conner haar een paar weken geleden verteld. ‘Maar papa kan het nóg harder. Hij heeft drie keer gewonnen voor het hardste schot.’
‘Mooi blauw oog,’ vond Sam, wijzend op Conners geschminkte gezicht.
‘Net als jij, vorig jaar.’
‘Maar ik had geen wond in mijn gezicht.’
‘Weet ik, maar die krijg je vast nog wel een keer.’
Autumn deed haar jas uit en liep verder naar de eetkamer. ‘Zorg je ervoor dat je niet misselijk wordt.’
Conner deed net of hij haar niet hoorde. ‘Wil je nog een KitKat, papa?’
‘Ik wil liever blauwe Skittles. Die plakte ik vroeger allemaal op mijn tong en dan ging ik achter Ella aan.’
‘Wie is Ella?’
‘Mijn zusje. Ik heb je wel eens over haar verteld.’
‘O ja, die is dood.’
Autumn hing haar jas aan een stoel en liep terug naar het woongedeelte. Ze was het gewend dat er een man in haar huis was. Vince was er vaak, maar Sam bracht een ander soort energie met zich mee. Niet dat het net zo agressief of vijandig aanvoelde als vroeger, maar helemaal op haar gemak was ze ook nog niet. Het was te veel energie. Te veel testosteron zelfs, wat hij uitstraalde.
‘Dus ik neem die Skittles wel, anders vallen je tanden er nog uit,’ zei Sam, zoekend in de tas. ‘En wat van die M&M’s natuurlijk. Stel je voor dat je te veel groene eet; ik weet wat voor hekel je aan groene groente hebt.’
‘Je mag ze allemaal hebben.’
Sam keek even naar Autumn en bracht zijn blik weer terug naar de zak met zoetigheid. ‘Bedankt, maar ik…’ Met een ruk bracht hij zijn hoofd weer omhoog en staarde haar aan alsof ze ineens was veranderd in een buitenaards wezen. Hij trok zijn wenkbrauwen hoog op. Een heel eng buitenaards wezen.
Ze draaide zich om en keek achter zich. Niets. Ze draaide zich weer om. ‘Wat is er?’
Hij wees naar haar witte shirt. ‘Wat draag je in godsnaam?’
‘Een hockeyshirt.’ Ze wees naar de pinguïn op de voorkant. ‘Ons Halloweenthema was ijshockey, dit jaar.’
Hij zweeg even. Zei toen zacht: ‘Dat is Pittsburgh.’
‘Leuk. Met die pinguïn met schaatsen aan.’ Ze keek hem weer aan. ‘Schattig.’
‘Dat is voor mietjes.’
‘Denk om je woorden, Sam.’
‘IJshockeyshirts moeten niet schattig zijn.’ Hij stak fronsend een belerende vinger op. ‘En je draagt het shirt van Crosby.’
Ze keek naar het nummer op haar arm: 87. ‘Wie?’
‘Jezus. Die eikel scoorde laatst tegen me met een afzwaaier. Daar had hij zich voor moeten schamen, in plaats van rond te schaatsen alsof hij er trots op was.’
Geen idee wat hij daarmee bedoelde. Ze wees naar Conner, die gefascineerd aan Sams lippen hing. ‘Denk alsjeblieft aan je taalgebruik.’
Conner schudde zijn hoofd. ‘Ik heb het gezegd, hoor papa.’
Autumns mond viel open. ‘Wat heb je gezegd?’
‘Dat je papa’s shirt moest dragen, net als ik.’
Dat ging dus niet gebeuren. ‘Ik vind dit shirt mooier.’
Sam vouwde zijn armen over elkaar en leunde achterover. ‘Pinguïns dragen geen schaatsen.’
Ze wees naar Conners shirt. ‘En vissen kunnen geen pucks slaan met hun staart.’
Sam deed een doosje Smarties open en stak er een paar in zijn mond. Hij keek haar kauwend aan. ‘Crosby is een zij- zijden sok.’
Ze haalde haar schouders op. ‘Het is een lekker ding.’
‘Dat meen je niet.’
Ze had eerlijk gezegd geen idee hoe Crosby eruitzag, maar vond het leuk dat Sam zich zo ergerde. ‘Echt wel. Ik vind het wel leuk dat degene wiens shirt ik draag er leuk uitziet.’
‘Wiens shirt je draagt? Bedoel je dat je alleen een shirt draagt als je iemand leuk vindt?’
Nee. ‘Ja.’ Of zou Sam niet weten dat vrouwen zijn shirt, met zíjn nummer, droegen omdat hij een lekker ding was? Zij ging het hem in elk geval niet vertellen. ‘Waarom niet?’
‘Waarom wel!’ Hij stond op en liet het lege doosje snoep op de koffietafel vallen. ‘En zijn punten dan? En het aantal jaar dat een speler al meedraait in ijshockey? En of hij tegen een stootje kan of niet? En wat dacht je ervan hoe het voor mij is als de moeder van mijn kind het shirt draagt van een tegenstander?’
Hij keek zo serieus dat ze begon te lachen.
Hij zette zijn handen in zijn zij. ‘Wat is er zo grappig?’
Ze legde haar hand op haar buik. ‘Jij!’ Ze moest nog harder lachen. Ze kon er niets aan doen. ‘Je doet belachelijk.’ Conner hield zijn adem in, alsof ze heiligschennis had gepleegd.
Hij gebaarde met zijn hand. ‘Uittrekken.’
‘Tuurlijk.’ Alsof hij in háár huis kon bepalen wat zíj ging doen. Echt niet.
Sam liep om de koffietafel heen en kwam op haar af. ‘Trek je hem nog uit?’
Ze schudde haar hoofd en deed een stap achteruit. ‘Nee.’
‘Dan laat je me geen andere keus.’ Hij kwam dreigend op haar af. ‘Dan moet ík hem uittrekken.’ Zijn mondhoeken begonnen omhoog te krullen, maar zijn blik was nog steeds uiterst serieus.
‘Dat kun je helemaal niet.’
‘Jazeker wel. Ik trek zo vaak een vrouw een shirt over het hoofd.’
‘Dat is niets om trots op te zijn, hoor.’
‘Ben ik ook niet trots op. Ik kan het gewoon heel goed. Ik tel tot drie.’ Hij telde af op zijn vingers.
‘Daar ben je zeker heel goed in.’ Ze wachtte niet tot hij klaar was met tellen, maar draaide zich om en ging ervandoor richting de keuken. Maar hij had haar al in de kraag gevat en ze kwam hard tot stilstand met haar rug tegen zijn borstkas. ‘Sam!’
‘Kom eens helpen, Conner,’ riep hij en hij sloeg een stevige arm om haar heen, vlak onder haar borsten.
‘Nee, Conner!’
Maar de kleine verrader holde de keuken al in en keek naar zijn vader. ‘Wat moet ik doen?’
‘Hou jij haar andere shirt vast, anders trek ik dat per ongeluk ook uit.’
‘Stop!’ protesteerde ze lachend. ‘Conner, naar je kamer! Ik meen het.’
‘Echt niet.’ Hij pakte met zijn kleine handen haar ondershirt vast, dat langzaam via haar buik omhoogschoof.
‘Ik ben je moeder! Je moet mij helpen!’
‘Je kunt meewerken, of je kunt tegenwerken,’ zei Sam boven haar hoofd. ‘Het is je eigen keuze.’
Ze probeerde zich los te wurmen, maar het had totaal geen zin. ‘Ik hou dit shirt aan. Het was hartstikke duur.’ Nu ze letterlijk overmand was, verdween het shirt al snel over haar hoofd, waar het even bleef hangen achter haar paardenstaart, daarna volgde een partijtje touwtrekken met haar zoon. ‘Laat los.’
‘Hou d’r vast, pap.’ Conner hijgde en lachte om beurten.
Met allebei zijn armen om haar heen, kon Sam haar nog steviger vasthouden. ‘Pak hem af en verstop hem goed,’ zei hij tegen Conner.
‘Er zwaait straks wat voor je, hoor,’ waarschuwde ze haar zoon. ‘Geen tekenfilmpjes meer.’
Bij wijze van antwoord trok hij zo hard aan het shirt dat zijn gezicht er helemaal rood van werd. Ze ging op haar tenen staan en trok het shirt omhoog, waarbij ze hem met haar voet tegen zijn buikje tegenhield, maar toch wist hij haar het shirt te ontfutselen. Hij tuimelde naar achteren en ging er toen als een haas vandoor. ‘Niet loslaten tot ik het heb verstopt, hè papa?’
‘Ik laat haar niet gaan.’ Zijn omhelzing werd nog krachtiger en ze was zich heel erg bewust van het feit dat hij zo dicht met zijn lichaam tegen het hare aan stond. Plotseling voelde ze heel sterk hoe ze was omvat door een sterk mannenlichaam, dat veel warmte verspreidde. Ze bleef stokstijf staan, terwijl zijn warmte haar lichaam binnendrong. Twee van zijn vingers lagen op haar buik, die was ontbloot in het heetst van de strijd.
Er waren twee mannen die de laatste vijf jaar haar leven hadden bepaald en hier en daar wisselde ze wel eens een beleefde handdruk uit, maar verder was het lang geleden dat een man haar had aangeraakt. En de laatste keer was dat uitgerekend deze man geweest. Jazeker, ze voelde de warmte en de mannelijke kracht van Sam maar al te goed. Net als al die jaren geleden in Las Vegas. Maar wat ze dit keer niet voelde waren vlinders in haar buik.
‘Laat me los, Sam.’